Jarenlang werkten AI-agents op het web als een blinde passagier: ze maakten screenshots, probeerden knoppen te raden en navigeerden door interfaces die niet voor hen zijn gebouwd. WebMCP verandert de aanpak fundamenteel. De opkomende W3C-standaard — co-ontwikkeld door Google en Microsoft en momenteel in een origin trial in Chrome — geeft websites een gestructureerde manier om hun eigen functionaliteit als aanroepbare tools aan te bieden. In plaats van de pagina te reverse-engineeren, vraagt de agent simpelweg wat de site kan doen. De site antwoordt.
Hoe het werkt
De kern van WebMCP is de navigator.modelContext API. Als website-ontwikkelaar registreer je een of meer tools: JSON Schema-beschrijvingen van wat jouw app kan — zoeken, toevoegen aan een winkelwagen, een datum reserveren — inclusief de parameters die elke actie vereist. De browser slaat die registraties op en maakt ze beschikbaar voor AI-agents die in Chrome draaien. Wanneer een agent actie wil ondernemen op jouw site, kiest hij de juiste tool en roept hem aan met de correcte parameters, precies zoals een developer een API aanroept. Geen screenshot, geen kliksimulatie, geen geraad.
Stand van zaken in juli 2026
WebMCP draait momenteel in een publieke origin trial van Chrome 149 tot en met Chrome 156, en de spec-draft werd afgelopen week nog bijgewerkt. De Lighthouse-suite heeft al een auditcategorie voor WebMCP klaarliggen. De inzet op live websites is echter nog minimaal: de meeste mainstream AI-agents die consumenten dagelijks gebruiken, spreken WebMCP nog niet. Het heeft op dit moment alles behalve gebruikers. Dat maakt dit het uitgelezen moment om er vertrouwd mee te raken — de adoptie-curve volgt de browser-ondersteuning, niet andersom.
Onze kijk
WebMCP draait de relatie tussen website en agent om. Nu past de agent zich aan de site aan, door te raden en te klikken. Met WebMCP biedt de site zichzelf gestructureerd aan — en dat is een fundamenteel andere dynamiek. Voor web-apps met acties die een agent zinvol kan aanroepen — boekingen, zoekopdrachten, formulieren — is dit de standaard om nu bij te houden. Vroeg implementeren kost weinig moeite: het is extra metadata bovenop wat je al bouwt. Wachten betekent later structuur aanbrengen in een wereld die er al op rekent.



